Handgemaakte kerstkaart met een geborduurde klokken patch paarse sterretjes en rode knoopjes
De besjes zijn franse knoopjes, drie bij elkaar in een groepje
Creatieve decoraties

Franse knoop borduren: kerstkaart met kerstklokken

Het is ook de steek waar de meeste mensen op afhaken, want de eerste drie mislukken meestal. Daarna gaat het opeens vanzelf, en dan wil je overal knoopjes op zetten.

Op deze kaart zit één ding dat je op de vorige nog niet had: de rode besjes zijn geen kraaltjes en geen stipjes met een stift, maar echte knoopjes van garen.

Franse knopen heten die, en ze zijn de reden dat de kaart er van dichtbij zoveel voller uitziet.

Wat je nodig hebt

Voor één kaart:

  • Wit karton van 250 gram, vierkant, ongeveer 13 bij 13 cm
  • Borduurgaren in paars en in rood
  • Een borduurnaald met stompe punt
  • Een prikpen of dikke naald
  • Een prikmat, oude muismat of dik vilt
  • Een geborduurde patch, hier twee kerstklokken met een strik
  • Textiellijm
  • Liniaal en potlood

Voor de knoopjes gebruik je liever een naald met een klein oog. Een dik oog moet je door je eigen knoop heen trekken en dan trek je hem uit elkaar.

Rand en sterretjes eerst

De rand is dezelfde streepjeslijn als bij de andere kaarten in deze reeks: een vierkant op een centimeter van de rand, stipjes op één centimeter, een kruisje in elke hoek, en dan de rijgsteek eromheen.

De paarse sterretjes werk je daarna: vijf puntjes in een rondje, en dan telkens van het ene puntje naar het puntje aan de overkant. Twee of drie steken en je hebt een ster.

Doe deze twee dingen eerst en de knoopjes als laatste. Franse knopen steken van het papier af, en als je er met je hand overheen blijft gaan tijdens het stikken van de rand druk je ze plat.

De franse knoop, stap voor stap

Zet een potloodstipje waar je een besje wilt en prik één gaatje. Meer heb je niet nodig, want de knoop begint en eindigt op dezelfde plek.

Dan:

  • Kom omhoog door het gaatje en trek de draad helemaal door
  • Houd de draad strak met je linkerhand, ongeveer vijf centimeter van het papier
  • Leg de naald tegen de draad en wikkel de draad twee keer om de naald
  • Houd de wikkels vast met je duim en zet de punt van de naald terug in hetzelfde gaatje
  • Trek de naald langzaam naar beneden door, terwijl je met je linkerhand spanning op de draad houdt tot het laatste moment

Wat er dan gebeurt is dat de wikkels naar beneden zakken en op het papier blijven liggen als een klein bolletje.

De drie dingen die het meest misgaan:

  • Je laat de draad los tijdens het doortrekken. Dan verdwijnt de knoop naar de achterkant. Houd spanning tot de knoop echt op het papier ligt.
  • Je wikkelt te vaak. Twee keer is genoeg, drie mag, vier wordt een propje.
  • Je trekt te snel. Rustig doortrekken, dan legt de knoop zichzelf netjes neer.

Ga bij de eerste vijf uit van mislukking. Doe ze op een kladvelletje karton, niet meteen op je kaart.

De besjes plaatsen

Op deze kaart zitten de knoopjes in groepjes van vier, en dat is bewust. Eén losse knoop leest als een vlekje, drie bij elkaar leest meteen als besjes.

Zet de drie gaatjes van een groepje in een klein driehoekje, ongeveer drie millimeter uit elkaar. Dichter mag niet, want dan raken de knopen elkaar en duwen ze elkaar scheef.

Verdeel de groepjes ongelijk over het vlak, afgewisseld met de paarse sterretjes. Niet in een raster en niet allemaal op dezelfde hoogte.

De patch plakken

Leg de patch eerst droog neer om te kijken waar hij het beste staat, en houd onderaan ruimte vrij voor je tekst.

Dun laagje textiellijm op de achterkant, aandrukken, een halfuur laten liggen met een boek erop. Leg dat boek niet op de knoopjes maar alleen op de patch, anders plet je alsnog je besjes. Een tweede boekje ernaast als steun werkt prima.

Kan dit met kinderen?

Het prikken en de sterretjes: zeker. De franse knoop: pas vanaf een jaar of negen, en dan nog met geduld. Het is de eerste steek in deze reeks waarbij twee handen tegelijk iets anders moeten doen, en dat is precies wat hem lastig maakt.

Voor jongere kinderen is er een prima alternatief: rode wasparels of kraaltjes aanplakken op dezelfde plekken. Van een afstand krijg je hetzelfde effect en het werk blijft van hen.

Waar je die knoop nog meer voor gebruikt

Zodra je de steek beheerst zie je overal plekken waar hij past. Sneeuw op een dennentak, ogen in een klein figuurtje, ballen in een kerstboom, het hart van een bloem. Ook op stof werkt hij precies hetzelfde, dus het is een van die steken die je maar één keer hoeft te leren.

En dat is het aardige aan deze hele reeks kaarten. Je maakt vier kaarten en houdt er vier technieken aan over die je daarna nergens meer bij hoeft op te zoeken.

auteur avatar
Redactie
De redactie van Kerstavontuur schrijft over kerstshows, kerstmarkten, decoratie en winteruitjes in Nederland en België. Openingsdata vragen we zelf op bij de winkels.