Niet elke kaart hoeft een middag te kosten. Deze bestaat uit één steek die je de hele rand langs herhaalt, een patch die je in het midden plakt en wat losse motiefjes eromheen. Klaar in een halfuur, en het resultaat oogt alsof er veel meer werk in zit dan er echt in gaat.
Het is ook de versie waar kinderen echt aan mee kunnen doen. De steken zitten ver uit elkaar, de gaatjes zijn groot, en als er eentje scheef staat is dat niet erg. Sterker nog, dat is juist wat je wilt zien.
Wat je nodig hebt
Voor één kaart:
- Wit karton van 250 gram, vierkant, ongeveer 13 bij 13 cm
- Borduurgaren in één opvallende kleur, paars of donkerblauw doet het mooi tegen wit
- Een borduurnaald met stompe punt, want de gaatjes prik je vooraf
- Een prikpen of dikke naald
- Een prikmat, oude muismat of dik vilt
- Een geborduurde patch, bijvoorbeeld een kerstboompje
- Kleine geborduurde motiefjes: hartjes, sterretjes, hulsttakjes
- Textiellijm of een lijmpistool op lage stand
- Liniaal en potlood
Die patches vind je bij de fournituren, op Etsy en bij de meeste hobbywinkels. Let op dat je strijkpatches niet strijkt op papier, dat gaat mis. De lijmlaag aan de achterkant werkt op stof, niet op karton, dus je plakt hem alsnog vast met textiellijm.
De rand uitzetten
Teken met potlood en liniaal een vierkant op ongeveer een centimeter van de rand. Zet daarlangs stipjes op precies één centimeter afstand van elkaar. Meet die afstand echt, want in een rand zie je onregelmatigheid meteen, terwijl je hem in een figuur nooit opmerkt.
In elke hoek laat je het stippenrijtje even los en zet je vier puntjes in de vorm van een kruisje. Die vier kruisjes maken de rand af.
Prik alle stipjes door op de prikmat. Dit is het deel dat je aan de kinderen geeft: het prikken is bevredigend werk en er kan weinig fout. Alleen de hoeken doe jij, die luisteren wat nauwer.
Stikken
Splits je garen en gebruik drie van de zes draadjes. Voor de rand gebruik je de rijgsteek: omhoog door het eerste gaatje, naar beneden in het tweede, omhoog in het derde, naar beneden in het vierde. Zo laat je steeds een stukje open en krijg je die streepjeslijn.
Werk de hele rand rond en laat het garen niet te strak trekken. Als het papier gaat bollen zit je te strak.
De kruisjes in de hoeken zijn twee losse steken over elkaar heen. Doe ze pas als de rand rond is, dan kun je precies zien hoeveel ruimte je overhoudt.
Werk je draad aan de achterkant af met een stukje maskingtape in plaats van een knoop. Knopen maken bulten die je aan de voorkant ziet zitten.
Patch en motiefjes plakken
Leg eerst alles droog neer voor je iets vastplakt. De boom in het midden, de kleine motiefjes eromheen. Verdeel ze niet in een net patroon maar juist ongelijk: twee links, drie rechts, eentje wat lager. Symmetrie maakt het stijf.
Doe daarna een klein beetje lijm op de achterkant van elk stukje, niet te veel, want textiellijm kruipt onder de rand vandaan en droogt glimmend op. Aandrukken en een halfuur laten liggen met een boek erop.
Wil je het zonder lijm doen, dan naai je de patch met een paar kleine steekjes langs de rand vast. Duurt langer maar houdt eeuwig, en aan de achterkant van de kaart zie je er niets van als je er een tweede vel overheen plakt.
En de tekst
Onderaan schrijf je met een fineliner. Een woordgrapje werkt hier goed, want de kaart is toch al vrolijk van toon. Schrijf eerst op een kladje en meet even hoe breed je zin wordt, want te grote letters die niet passen is de klassieke misser bij handgeschreven kaarten.
Kinderen die al kunnen schrijven mogen dit zelf doen. Scheve letters op een zelfgemaakte kaart zijn geen fout, dat is juist het hele punt.
Als je er een stapel van maakt
De rand is bij elke kaart hetzelfde, dus als je er meerdere maakt loont het om alles in stappen te doen. Eerst alle randen uitzetten, dan alle gaatjes prikken, dan alle randen stikken. Je bent zo drie kaarten in het uur, en de laatste ziet er beter uit dan de eerste.
Varieer daarna in de patches. Dezelfde rand met een sneeuwpop, een rendier of een simpele ster erin geeft steeds een andere kaart, terwijl het duidelijk een serie blijft. Handig als je er een paar wilt maken voor de klas of voor de buren.
