Je bent al drie cadeaus ver, het gaat eigenlijk best goed, en dan gebeurt het. De rol is op. Niet op zoals in “nog even doorwerken”, maar op zoals in: je komt vier centimeter tekort aan de bovenkant en er is geen tweede rol in huis.
En als het papier niet op is, dan is het plakband kwijt. Altijd. Er liggen drie scharen, twee balpennen en een rol lint, maar dat ene rolletje plakband is nergens meer te vinden.
Daarom begint dit stuk niet bij de techniek maar bij het rekenwerk. Want de meeste inpakproblemen zijn eigenlijk voorraadproblemen.
Hoeveel papier heb je nodig?
Voor een rechthoekige doos meet je twee dingen.
De breedte van het papier moet gelijk zijn aan de hoogte van de doos, plus twee keer de diepte, plus ongeveer vijf centimeter speling. Die vijf centimeter is precies waar het meestal misgaat.
De lengte van het papier moet twee keer de breedte zijn, plus twee keer de diepte, plus vijf centimeter overlap zodat je een nette naad krijgt.
Even een voorbeeld. Een doos van 30 bij 20 bij 10 centimeter heeft dus papier nodig van ongeveer 35 centimeter breed en 105 centimeter lang.
Een standaardrol inpakpapier is meestal 70 centimeter breed en tussen de twee en de vier meter lang. Reken dus grofweg op drie tot vier middelgrote cadeaus per rol. Heb je er tien te doen, dan heb je drie rollen nodig en niet twee.
En koop er altijd eentje extra. Serieus. De kans dat je halverwege december nog exact hetzelfde papier vindt is klein, en niets is vervelender dan één cadeau onder de boom dat er anders uitziet dan de rest.
Waarom die hoeken scheef worden
Er zijn twee redenen, en allebei zijn ze op te lossen.
Je hebt te veel papier. Dat klinkt gek, want te weinig is het probleem waar je bang voor bent. Maar als je aan de zijkanten te veel overhoudt, krijg je een dikke prop die je nooit netjes krijgt. Snijd de zijkanten terug tot ongeveer tweederde van de diepte van de doos.
Je vouwt de verkeerde volgorde. De juiste volgorde is: eerst de bovenkant naar beneden, dan de twee zijkanten naar binnen zodat er twee driehoekjes ontstaan, en pas dan de onderste flap omhoog. Wie eerst de zijkanten doet krijgt altijd een frommel.
Zo doe je een hoek wel netjes
Leg het cadeau op zijn kant, met de open zijde naar je toe.
Duw de bovenste flap plat tegen de doos aan. Nu zie je aan beide kanten een driehoekje ontstaan.
Duw die driehoekjes stevig naar binnen met je vinger, en druk de vouw goed aan. Dat aandrukken is het hele geheim: een scherpe vouw blijft zitten, een slappe vouw komt weer omhoog.
Vouw de onderste flap omhoog over de driehoekjes heen. Plak vast.
Klaar. Twee keer oefenen en je doet het zonder erover na te denken.
Als het toch misgaat
Papier te kort? Plak er een strook van een andere kleur of van kraftpapier overheen alsof het zo bedoeld is. Met een lint eroverheen ziet niemand het.
Lelijke naad? Draai het cadeau om zodat de naad onderaan zit. Niemand tilt cadeaus op.
Onhandige vorm? Doe hem in een doos. Een boek inpakken is makkelijk, een pluchen beest niet. Een simpele kartonnen doos lost dat probleem in één keer op, en die kun je in november al goedkoop inslaan.
Helemaal geen zin meer? Cadeautassen bestaan. Er is geen enkele reden om je daarvoor te schamen, en met wat vloeipapier erin ziet het er prima uit.
Met kinderen inpakken
Kleine kinderen die zelf willen inpakken leveren een resultaat op dat niemand netjes zou noemen, en dat is precies de bedoeling. Wat helpt:
Geef ze de kleine cadeaus, want die zijn overzichtelijk. Knip het papier vooraf op maat, dan hoeven zij alleen te vouwen en te plakken. En geef ze een eigen rolletje plakband, want daar gaat anders de hele avond ruzie over.
Stickers zijn hun beste vriend. Een scheef ingepakt cadeau vol stickers ziet er bedoeld uit.
Wat je in huis wil hebben
Voordat je begint, en dit is de hele les van dit stuk:
Genoeg papier, met een rol extra. Twee rollen plakband, niet één. Een schaar die scherp is. Lint of touw, want dat verbergt een hoop. Kaartjes, want anders weet niemand meer wat van wie is. En een lege doos of twee voor de rare vormen.
Leg dat allemaal klaar voordat je begint. De helft van de ergernis komt niet van het inpakken zelf maar van het opstaan om iets te zoeken.
