Dit is de kaart waar je aan begint als de andere in deze reeks je makkelijk afgingen. Geen waaiers, geen vlakken die zichzelf vullen, maar drie echte borduursteken die elk iets anders doen.
De maan is een kettingsteek, een lus die telkens door de vorige loopt. De slee is een satijnsteek, dus draden strak naast elkaar tot een dicht vlak. Het rendier is contoursteek, gewoon de omtrek en verder niets. Drie technieken op één kaart, en juist die afwisseling maakt hem zo rijk.
Reken op twee uur. Neem er de tijd voor, want dit is er eentje om te bewaren.
Wat je nodig hebt
- Wit karton van 250 tot 300 gram met een lichte structuur, ongeveer 11 bij 15 cm
- Rood karton voor eronder, aan alle kanten een halve centimeter groter
- Borduurgaren in goudgeel, rood, donkergroen en wit
- Een borduurnaald met scherpe punt, maat 7 tot 9
- Een prikpen of dikke naald
- Een prikmat, oude muismat of dik vilt
- Witte halfparels of 3D-pareldruppels voor de sterren
- Een zwarte fineliner
- Maskingtape
Neem karton met een lichte reliëfstructuur als je het kunt vinden. Dat vangt schaduw en maakt de kaart meteen luxer, en het kost hetzelfde.
Het patroon uitzetten
Teken de scène: een grote wassende maan links, iets uit het midden. Voor de maan een slee met de kerstman erin, en rechts daarvan een springend rendier met de teugels ertussen. Verspreid over de rest kleine sterren.
Hier zit een verschil met de vorige kaarten. Omdat je met kettingsteek en satijnsteek werkt, staan de gaatjes veel dichter bij elkaar: ongeveer twee millimeter in plaats van drie of vier. Dat maakt de lijnen vloeiender en de vlakken dichter.
Voor de maan zet je twee evenwijdige lijnen puntjes: de buitenboog en de binnenboog. Elke lijn wordt straks een aparte rij kettingsteek, en samen vormen ze de dikke sikkel.
Voor de slee zet je puntjes rondom de vorm en daarbinnen twee rijen dicht bij elkaar, want dat vlak vul je met satijnsteek.
Voor het rendier, de teugels en de kerstman puntjes langs de lijn, dat wordt contoursteek.
Voor de sterren vijf of zes puntjes in een klein rondje.
Prikken
Patroon vastzetten met maskingtape, alles doorprikken op de prikmat. Er zitten flink wat gaatjes in deze kaart, dus zet er iets bij aan en neem er een halfuur voor.
Prik recht naar beneden. Bij zo’n kleine gaatjesafstand wordt een schuin gaatje meteen een scheve steek.
De kettingsteek voor de maan
Deze steek is de reden dat de maan er gevlochten uitziet.
Kom omhoog in gaatje één. Ga terug naar beneden in datzelfde gaatje, maar trek de draad niet helemaal aan: laat een lus liggen. Kom omhoog in gaatje twee, precies binnen die lus, en trek dan rustig aan. De lus sluit zich om je draad heen en je hebt je eerste schakel.
Voor de volgende: ga terug naar beneden in gaatje twee, weer met een lus, kom omhoog in gaatje drie binnen die lus, aantrekken. Zo werk je de hele boog af.
Wat er misgaat, en hoe je het voorkomt:
- Je trekt te strak aan en de lus wordt een streepje. Trek tot de lus net rond ligt en niet verder.
- Je komt buiten de lus omhoog. Dan valt de schakel uit elkaar. Controleer bij elke steek even of je naald echt binnen de lus zit.
- Je lussen worden ongelijk. Dat komt door wisselende spanning. Werk in één sessie door, want als je een uur later verdergaat trek je gegarandeerd anders aan.
Werk eerst de buitenboog helemaal af en dan de binnenboog. Twee rijen naast elkaar geeft die volle sikkel.
De satijnsteek voor de slee
Satijnsteek is simpeler dan kettingsteek maar vraagt meer geduld.
Je gaat gewoon van de ene rij gaatjes naar de andere en weer terug, telkens één gaatje opschuivend. Alle draden liggen strak naast elkaar en samen vormen ze een glad, dicht vlak dat licht vangt.
Twee dingen:
- Laat geen karton tussen de draden doorschijnen. Zie je wit tussen twee steken, dan zit je gaatjespatroon te ruim. Vul bij met een extra steek ertussen.
- Houd alle draden in dezelfde richting. Zodra er eentje schuiner ligt zie je dat meteen in het glansvlak.
Werk de slee in rood en de muts van de kerstman ook. Het witte bolletje op de muts is een paar korte witte steekjes over elkaar heen.
Het rendier en de rest
Het rendier werk je volledig in contoursteek, in donkergroen. Alleen de omtrek: kop, gewei, rug, poten. Niets invullen.
Dat is een bewuste keuze en het is wat de kaart in balans houdt. De maan is dik en vol, de slee is dicht en glanzend, en dan is dat open rendier precies de rust die je nodig hebt. Zou je hem ook invullen, dan wordt het te druk.
De teugels zijn één doorlopende lijn contoursteek van de slee naar het rendier. Laat hem licht doorhangen, dat oogt natuurlijker dan strak.
De sterren zijn kleine waaiertjes of gewoon drie kruisende steken in goudgeel.
De witte puntjes
Die witte bolletjes verspreid over de kaart zijn geen borduurwerk maar 3D-pareldruppels: een verf die je uit een klein tuitje knijpt en die als een bolletje opdroogt.
Je vindt ze bij de hobbywinkel onder de naam pearl pen of 3D-liner. Knijp kleine druppels op willekeurige plekken, verschillende maten door elkaar, en laat ze een paar uur drogen zonder eraan te komen.
Heb je die niet, dan werken kleine witte halfparels ook. Iets minder subtiel, maar hetzelfde effect.
Afwerken
Plak een tweede vel over de achterkant of plak de kaart op het rode karton voor het randje rondom.
De tekst schrijf je met fineliner, boven en onder de scène. In het voorbeeld loopt de bovenste regel in een lichte boog mee met de vorm van de kaart, en dat is de moeite waard om na te doen. Teken de boog eerst licht met potlood.
Is dit iets voor kinderen?
Deels. Het prikken kunnen ze en dat is bij deze kaart een half uur werk. De contoursteek van het rendier gaat ook.
Kettingsteek en satijnsteek zou ik pas vanaf een jaar of tien of elf proberen. Het zijn de eerste steken in deze reeks waarbij het echt fout kan gaan zonder dat je het kunt herstellen, en dat is frustrerend als je net leert.
Waarom deze kaart de moeite is
Van alle kaarten in deze reeks is dit degene die het langst duurt en het meeste oplevert. Niet alleen omdat hij er mooi uitziet, maar omdat je er drie steken mee leert die je daarna overal voor gebruikt. Kettingsteek voor elke gebogen lijn, satijnsteek voor elk vlak dat moet glanzen, contoursteek voor alles wat licht moet blijven.
Zet er de goede avond voor opzij. Deze kaart maak je niet tussendoor, en dat is precies het punt.
