Er zit een detail op deze kaart dat je op de andere niet tegenkomt: die witte sneeuwvlok midden op de rode mok. Die zit er niet naast maar bovenop, dwars door het rode borduurwerk heen.
Dat klinkt lastiger dan het is, maar de volgorde luistert wel nauw. Werk je hem te vroeg, dan verdwijnt hij onder het rood. Werk je hem te laat zonder voorbereiding, dan krijg je je naald er niet meer doorheen.
De rest van de kaart is bekend terrein: waaiersteek voor de mok en de marshmallows, contoursteek voor de takjes en het oor.
Wat je nodig hebt
- Ivoorkleurig karton van 250 tot 300 gram, ongeveer 11 bij 14 cm
- Rood karton voor eronder, aan alle kanten een halve centimeter groter
- Borduurgaren in rood, wit, donkerbruin en donkergroen
- Een borduurnaald met scherpe punt, maat 7 tot 9
- Een prikpen of dikke naald
- Een prikmat, oude muismat of dik vilt
- Drie kleine rode kraaltjes voor de besjes
- Witte halfparels of witte kraaltjes voor de puntjes op de sneeuwvlok
- Een zwarte en een roze fineliner
- Maskingtape
Donkerbruin is de kleur die deze kaart maakt. Dat smalle randje chocolademelk boven de mokrand is maar een halve centimeter breed, maar zonder dat randje is het gewoon een lege mok.
Het patroon uitzetten
Teken de mok: een brede beker die naar onderen iets versmalt, met een oor rechts. Bovenop de mok twee ronde marshmallows die over de rand puilen, links een zuurstok die schuin uit de mok steekt, en onder de mok een paar dennentakjes met besjes.
De gaatjes:
Voor de mok zet je puntjes langs de onderrand en langs de zijkanten, en een verzamelpunt bovenaan in het midden onder de rand. Alle rode draden gaan daarnaartoe.
Voor de marshmallows hetzelfde principe, maar elk bolletje krijgt zijn eigen kleine verzamelpunt aan de onderkant.
Voor de chocolademelk zet je twee rijen puntjes vlak boven elkaar, want dat vlak vul je gewoon met korte rechte steekjes naast elkaar.
Voor het oor, de zuurstok en de takjes zet je puntjes langs de lijn, dat wordt contoursteek.
En dan de sneeuwvlok. Zet nu al de zes puntjes van de vlok uit in het midden van de mok, en prik ze meteen mee door. Dat is het hele geheim: als de mok straks vol ligt met rood garen krijg je er geen prikpen meer bij, maar de gaatjes zitten er dan al.
De verzamelpunten krijgen tientallen steken door dezelfde plek, dus maak er drie of vier gaatjes van vlak bij elkaar in plaats van één.
Prikken
Patroon vastzetten met maskingtape, alles doorprikken op de prikmat. Vergeet de zes vlokgaatjes niet, want die krijg je er later echt niet meer bij.
Borduren, in volgorde
Splits je garen en gebruik drie van de zes draadjes.
Eerst de mok in rood, met de waaiersteek. Omhoog aan de rand, naar beneden in het verzamelpunt, omhoog in het volgende gaatje. Zo werk je het hele vlak af.
Let op: werk om de zes vlokgaatjes heen. Ga er niet overheen met rood garen, want dan zit je gaatje dicht. Sla ze over en werk gewoon door.
Dan de chocolademelk in donkerbruin. Korte rechte steekjes naast elkaar tussen de twee rijen gaatjes, zodat er een dicht donker bandje ontstaat.
Dan de marshmallows in wit, elk met zijn eigen waaier naar zijn eigen verzamelpunt.
Dan het oor in rood, in contoursteek. Alleen de omtrek, geen vulling. Zo blijft het licht en steekt het af tegen de volle mok.
Dan de zuurstok, een omtrek in rood met schuine streepjes erin, en de dennentakjes in donkergroen: een middenlijn met korte schuine steekjes links en rechts.
En als laatste de sneeuwvlok. Nu komt de mok dus al vol te liggen. Kom omhoog door het eerste vlokgaatje, ga naar beneden in het gaatje aan de overkant, kom omhoog in het tweede, weer naar de overkant. Drie steken die elkaar in het midden kruisen en je hebt een ster bovenop het rood.
Duw je naald van onderaf omhoog en zoek het gaatje op de tast. Het zit er, ook al zie je het niet meer. Duw niet met kracht, want dan maak je een nieuw gaatje ergens ernaast.
De laatste details
De gezichtjes van de marshmallows teken je, dat borduur je niet. Twee ogen en een klein mondje met zwarte fineliner, roze blosjes met de roze fineliner. Oefen op een kladje, want deze twee gezichtjes bepalen het karakter van de hele kaart.
De rode besjes naai je aan bij de dennentakjes, in een groepje van drie. Op de punten van de sneeuwvlok plak of naai je kleine witte kraaltjes.
Twee of drie geborduurde sneeuwvlokjes in het ivoor eromheen maken het af: zes gaatjes in een rondje en telkens naar de overkant.
Afwerken
Plak een tweede vel over de achterkant of plak de kaart op het rode karton voor dat randje rondom.
De tekst onderaan schrijf je met fineliner in schuinschrift, iets oplopend naar rechts. Meet eerst op een kladje hoe breed je zin wordt.
Met kinderen
Het prikken is hun deel, zoals altijd. De gezichtjes tekenen ook, en dat is bij deze kaart het leukste stuk om weg te geven.
Het borduren van de mok is vanaf een jaar of acht te doen. De sneeuwvlok bovenop laat je aan jezelf, want die gaatjes op de tast terugvinden is fijn werk en frustreert kinderen die het net leren.
Wat je hiermee nog meer kunt
Het principe van een motief bovenop een gevuld vlak werkt overal. Een ster op een kerstbal, een letter op een cadeautje, een hartje op een sok. Zolang je de gaatjes maar vooraf mee prikt.
Dat is eigenlijk de belangrijkste les van deze kaart, en de reden dat hij in deze reeks thuishoort. Alles wat je later nodig hebt, prik je in het begin. Daarna borduur je alleen nog.
