Elk jaar duikt hij weer op in december: de knorrige groene figuur die de kerst wil stelen en er uiteindelijk zelf helemaal week van wordt. Dat verhaal is inmiddels ook een decoratiestijl geworden, en het is een van de leukste manieren om kerst een beetje grappig te houden.
Waar de stijl om draait
De basis is simpel: knalgroen met rood en wit. Geen zacht bosgroen maar felle, bijna neongroene tinten, aangevuld met rood-wit gestreepte details en veel glans. Het is precies de tegenhanger van de rustige, donkere kersttrends: hier mag het juist druk en vrolijk.
Een boom met humor
De bekendste ingreep is de scheve boomtop: je buigt de bovenste punt van de boom opzij en hangt daar één grote bal aan, alsof de boom net een beetje doorslaat. Werkt het best bij een kunstboom, want dan kun je de takken buigen zonder schade.
Verder: groene veren of groen tinsel tussen de takken, rood-wit gestreepte linten en een paar knalgroene ballen tussen je gewone decoratie.
Knutselen met de kinderen
Dit is een thema waar kinderen meteen in meegaan. Leuke dingen om samen te maken:
Een krans van groene veren met een rood hartje in het midden. Groene kerstballen met een rood hartje erop geschilderd. Een groene slinger van vilten cirkels. Of groene cupcakes met een rood snoephartje bovenop, voor een kerstfilmavond.
Zo blijft het leuk in plaats van schreeuwerig
Houd het bij één plek in huis. Een kleine tweede boom op de kinderkamer, de trapleuning of de hoek bij de tv is genoeg. Combineer het felle groen met gewoon warm wit licht en natuurlijke materialen, zodat de rest van je kerstdecoratie er niet onder lijdt.
En als je het echt leuk vindt? Dan hoort een filmavond met warme chocolademelk er gewoon bij.
