Er is iets met december dat je al ruikt voor je het ziet. Lang voor de eerste lichtjes in de straat hangen, lang voor de eerste kerstmarkt opent, ruik je het al. Thuis bij een vriendin die kaneel in haar koffie heeft gedaan. In een winkel waar ze net een doos dennentakken hebben uitgepakt. Bij de bakker, waar speculaas traag zijn weg naar de voorkant maakt. Dat is kerst. Nog niet echt, maar al een beetje.
Voor veel mensen is het seizoen zelfs meer geur dan beeld. Vraag iemand wat kerst voor hem betekent en je krijgt verhalen over kaneelkoekjes die uit de oven komen, over het moment dat de kerstboom binnen wordt gedragen en de kamer ineens anders ruikt, over een kop chocolademelk met een snufje vanille. Het visuele komt later. Eerst de geur.
Waarom een geur zo sterk plakt aan een herinnering
Psychologen hebben er een naam voor: het Proust-effect, genoemd naar de Franse schrijver die uitgebreid schreef over een madeleine-koekje in de thee dat plots een hele kinderjeugd terugbracht. Geuren gaan in ons brein een andere weg dan beelden of geluiden. Ze komen binnen via een route die vlak langs het geheugen en de emotie loopt. Voor we het weten, staan we weer als kind in de keuken van onze grootmoeder.
Dat verklaart waarom een vleugje dennen in een warenhuis je ineens doet stilstaan. Of waarom de geur van kaneel in een trein je terugduwt naar een specifieke kerstavond uit je jeugd, compleet met de kleur van de tafelloper en het gezicht van iemand die er misschien niet meer is. Geuren laten je niet alleen herinneren, ze laten je het opnieuw voelen.
De vaste geuren van de maand
Er zijn geuren die bij december horen zoals de seizoenen bij zichzelf horen. Kaneel is de eerste. De kruidige, warme zoetheid die je vindt in speculaas, in glühwein, in apple pie, in een simpele boterham met suiker en kaneel. Kaneel is ouder dan kerst, het reisde eeuwen geleden van Sri Lanka naar Europa, maar wij hebben er de maand december van gemaakt.
Dan dennen. Niets zegt kerst zoals verse dennentakken. Die harsige, groene geur die opstijgt als je ze in huis haalt, als ze nog koud zijn van buiten en langzaam op kamertemperatuur komen. Zelfs wie een kunstkerstboom heeft, koopt soms een takje vers groen voor op de tafel, alleen voor die geur.
Kruidnagel, steranijs, sinaasappelschil, vanille, gebrande amandelen op een kerstmarkt. Het is altijd dezelfde kleine verzameling, elk jaar opnieuw. En we worden er niet moe van. Integendeel, hoe ouder we worden, hoe meer we ze lijken te herkennen.
Waarom precies deze geuren?
Het is geen toeval. Kaneel, kruidnagel en steranijs waren ooit kostbare specerijen die van ver kwamen, bestemd voor feesten en bijzondere gelegenheden. Ze werden gebruikt in wijn om die beter te maken, in brood om het bijzonder te maken, in gerechten waar normaal alleen water, meel en zout in zaten. De geur van deze specerijen betekende letterlijk dat er iets gevierd werd.
Dennen horen bij de winter sinsdat mensen winter kennen. In veel Europese culturen werden immergroene takken naar binnen gehaald als teken dat het leven doorging, ook als alles buiten bevroren leek. Bij de Romeinen, bij de Germanen, bij wie dan ook. Groen in huis tijdens de donkerste dagen is een gebaar dat eeuwen oud is.
We ruiken dus niet zomaar kaneel en dennen. We ruiken een feestgeschiedenis van honderden jaren. Elke generatie gaf deze geuren door aan de volgende, en nu zitten wij hier, in een totaal andere wereld, en we snuiven dezelfde combinatie op als onze overgrootouders.
De geur van thuis
Wat geuren met kerst doen is misschien nog wel dit: ze maken van elk huis een beetje hetzelfde huis. Je komt binnen bij iemand die kruidnagel in zijn appeltaart heeft gestopt, en ook al ken je die persoon amper, het voelt even als thuis. Dat is de magie van deze geuren. Ze herinneren ons niet aan onze eigen kindertijd, ze herinneren ons aan een gedeelde kindertijd.
Daarom werken ze ook zo goed in kaarsen, in huisparfums, in warme dranken. Niet omdat de geur op zich zo lekker is (eucalyptus is objectief gezien aangenamer), maar omdat deze geuren iets in ons oproepen dat we niet eens bewust kennen. Een soort collectieve warmte.
En straks, misschien zelf weer
Wie ooit een kerstkaars heeft opgestoken terwijl er niemand anders thuis was, weet dat je geen feest nodig hebt om de sfeer op te roepen. Een beetje kaneel in je koffie op een gewone woensdag. Een takje dennen tussen de kaarsen in november. Een sinaasappelschil die je op de verwarming legt en die langzaam zijn geur afgeeft. Het werkt allemaal.
Geuren zijn het goedkoopste teken dat we iets bijzonder willen maken. Ze kosten bijna niets en veranderen alles. Misschien is dat uiteindelijk waarom ze zo bij kerst horen. Niet omdat kerst zelf zo speciaal is, maar omdat deze geuren van elke avond iets maken dat een beetje voelt als kerst.
En dan, als je ze een jaar lang nauwelijks hebt geroken, en ineens loop je in december die ene winkel binnen, of je doet die ene doos open op zolder, dan is het er weer. De geur van het seizoen. De geur van iets dat we elk jaar opnieuw willen vasthouden, ook al weten we dat het maar een paar weken duurt.
