Er hangt in bijna elke kerstboom wel zo’n ding. Een papieren engel met ogen die niet op dezelfde plek zitten. Een houten ster die op school in groep drie is gemaakt en die je in de kast bewaart in een plastic zakje dat er al twintig jaar om zit. Een vilten kerstman met één knoop eraf, een rendier met drie poten, een vogeltje dat eigenlijk meer op een aardappel lijkt.
Objectief zijn het lelijke dingen. En toch, als iemand voorstelt om ze dit jaar maar eens niet op te hangen, gebeurt er iets raars. Je kijkt naar de persoon die het vroeg alsof hij net voorgesteld heeft om de hond weg te doen.
Want die ornamenten zijn niet gewoon versiering. Ze zijn kleine tijdmachines.

Waarom scheef mooier is dan strak
Een perfecte kerstbal uit de winkel heeft geen geschiedenis. Hij komt uit een doos, hij glanst, hij zit op zijn plek. Hij is mooi zoals een etalagepop mooi is. Je hoeft er niet bij te denken.
Een scheef zelfgemaakt ornament heeft het tegenovergestelde effect. Elke keer dat je hem in je hand neemt, kom je iemand tegen. Het kind dat hem maakte. De middag dat het regende. De keukentafel vol met verf en glitter en het gevoel dat dit eindeloos door kon gaan.
Dat is geen nostalgie in de zwijmel-zin. Dat is je hele geschiedenis die op een dennentak hangt. Een perfecte bal kan dat nooit leveren.
De ornamenten die mensen het meest koesteren
Als je mensen vraagt naar hun liefste kersthanger, noemt bijna niemand de duurste. Het is altijd die ene die iets betekent. De ster van salt dough die je zelf bakte op je eerste kerst in een eigen huis. De ketting van popcorn die je oma elk jaar weer opnieuw maakte tot haar handen het niet meer konden. De prop papier van school die eigenlijk geen enkele vorm heeft maar waar met viltstift “Voor mama” op staat.
Die dingen overleven verhuizingen. Ze overleven scheidingen. Ze overleven nieuwe kerstdecoratie in totaal andere kleuren. Je kunt de hele boom veranderen van rood-goud naar zacht wit, en zij blijven hangen. Omdat ze niet bij een kleurenschema horen. Ze horen bij jou.
Drie simpele DIY-ideeën die onmiddellijk aanvoelen alsof ze er altijd al hingen
De mooiste zelfgemaakte ornamenten zijn de eenvoudigste. Niks met glitterlijm en LED-lampjes. Gewoon dingen die een kind of een grootmoeder ook had kunnen maken, honderd jaar geleden.

Walnootkaarsjes in een half uurtje
Een van de oudste kersttradities uit Tsjechië en Duitsland. Je neemt walnoten, breekt ze voorzichtig in de lengte open zodat je twee schaaltjes overhoudt. Je legt er een klein kaarslontje in, giet er gesmolten waskaarsresten overheen, en laat stollen.
Als ze uitgehard zijn, heb je piepkleine bootjes die je op kerstavond kunt laten drijven in een schaal water. Of, zonder water, die je gewoon in de boom kunt hangen aan een dun draadje. Ze zijn zo klein dat niemand ze op afstand ziet. Maar van dichtbij zijn ze het mooiste wat in de boom hangt.
Sinaasappel met kruidnagel
Ouder dan kerst zelf, eigenlijk. In de Middeleeuwen maakten mensen deze al, een pomander heette dat, om slechte geuren te verdrijven en geluk aan te trekken. Nu maken we ze omdat ze mooi ruiken en omdat niemand iets moois kan maken met zo weinig.
Je pakt een sinaasappel. Je prikt er met je vingers of met een cocktailprikker kruidnagels in, in een patroon of gewoon willekeurig. Klaar. Ze hangen aan een lint of ze liggen in een schaal. Ze ruiken drie weken lang naar december. Daarna worden ze hard en bewaar je ze of gooi je ze weg, en volgend jaar maak je er nieuwe.
Engelen van een enkel vel papier
Neem een vierkant stuk wit papier. Vouw het een paar keer schuin doormidden. Knip in de vouwen in. Open voorzichtig. Je hebt een sneeuwvlok die je zo aan een draadje in de boom kunt hangen.
Of ingewikkelder: knip het papier in een patroon dat een engeltje moet voorstellen. Het hoofd wordt een cirkel, de vleugels worden puntjes, de jurk is een driehoek. Als je het nooit eerder hebt gedaan, komen ze er niet mooi uit. Dat is precies het punt. Over twintig jaar hangen deze nog in je boom.
En als je het kind van iemand bent
Misschien lees je dit en denk je: ik heb dit soort dingen nooit gemaakt toen ik klein was. Of ik heb ze wel gemaakt maar ze zijn weg. Of mijn moeder is overleden en ik vind haar spullen nergens terug.
Begin er dan nu mee. Voor jezelf. Voor je partner. Voor je kind, je buurkind, het kind van je zus. Maak er drie, hang er één op, geef de andere twee weg. Over tien jaar zijn die ook tijdmachines.
Kerstornamenten die je hebt gemaakt, horen niet bij een jaartal. Ze horen bij de keren dat je ze terugziet. Hoe vaker je ze terugziet, hoe mooier ze worden. De lelijkste ornamenten worden zo vanzelf de mooiste.
