Sommige kerstdingen zijn zo klein dat je ze bijna over het hoofd ziet. Haarklemmen bijvoorbeeld. Terwijl juist zo’n klemmetje het enige kerstitem is dat je de hele december meeneemt: naar school, naar het werk, naar de kerstborrel en daarna gewoon naar het kerstdiner.
Hulst: de klassieker
De eerste uit de reeks is een hulsttakje: drie groene blaadjes met gouden nerven en een paar rode besjes aan de zijkant. Het is het meest herkenbare kerstsymbool dat er bestaat, maar in acryl met een lichte marmerlook wordt het verrassend chic. Tegen blond haar springt het groen eruit, tegen donker haar zijn het vooral de gouden nerven die opvallen.
Kerstmuts: de knipoog
De tweede is een kerstmuts: fel rood met een wit gekartelde rand die het bontrandje voorstelt. Dit is de speelse van de twee, en precies het soort ding waar kinderen meteen naar wijzen. Toch blijft hij grafisch genoeg om niet als verkleedspul te voelen.
Welke voor wie?
Ga je voor één klem, kies dan de hulst: die past bij het kerstdiner en bij een kerstmarkt op zondagmiddag. Zoek je iets voor de kinderen of voor een pakjesavond, dan wint de kerstmuts het zonder twijfel. Samen zijn ze een leuk duo om te verdelen tussen twee zussen, of tussen moeder en dochter.
Zo zet je hem in
Het makkelijkst is een halve staart: pak de bovenste laag haar naar achteren en zet de klem erop. Bij lang haar kan ook een lage zijstaart, waarbij de klem zichtbaar aan de zijkant zit. Heb je een pony of korter haar? Dan doet één klem aan één kant precies hetzelfde werk.
Klein cadeau, groot effect
Haarklemmen zijn dankbare cadeautjes: geen maat, geen gedoe, en ze passen in elke sok of envelop. Bewaar ze na de feestdagen gewoon bij de kerstspullen, dan komen ze volgend jaar samen met de ballen weer uit de doos.

