Ze zitten in elke winkel, van de tuincentra tot de supermarkt: kabouters met een puntmuts die zo ver over hun ogen valt dat je alleen nog een neus ziet. Maar waar komen die eigenlijk vandaan? En hoe maak je ze zelf, zonder dat het een kleuterknutsel wordt?
Niet zomaar een figuurtje
De kerstkabouter komt uit Scandinavië. In Zweden heet hij tomte, in Noorwegen en Denemarken nisse. In de oude verhalen was hij geen schattig decoratiestuk maar de beschermer van de boerderij: een klein wezen dat op het erf woonde en op het vee en het huis paste.
Wie hem goed behandelde kon op hulp rekenen, wie hem vergat kreeg last van omgevallen emmers en verdwenen gereedschap. Daarom zette men op kerstavond een kom pap met een klont boter voor hem klaar. In de loop van de tijd is die huisgeest versmolten met de kerstman, en zo werd hij het vriendelijke mannetje dat je nu overal ziet.
De sokkabouter, zonder naaien
De makkelijkste versie. Je hebt nodig: een dikke wollen sok, rijst of droge bonen, een stuk vacht of wol voor de baard, een houten kraal voor de neus en een elastiekje.
Vul de sok tot ongeveer driekwart met rijst, zodat hij stevig op tafel staat. Bind hem dicht met het elastiekje en sla het bovenste deel om als muts. Lijm de baard eronder aan de voorkant en zet de kraal er net boven als neus. De muts moet tot op de neus komen, dat is het hele idee.
Wil je hem groter? Gebruik dan een sok van een volwassene, en vul de onderkant met rijst en de bovenkant met vulwatten, anders wordt hij te zwaar.
De dennenappelkabouter
Nog eenvoudiger en mooier voor in de boom. Neem een grote dennenappel, lijm er een houten kraal bovenop als hoofd en maak van een driehoekje vilt een mutsje dat je over de kraal plakt. Een pluk wol eronder wordt de baard.
Deze kabouters kosten bijna niets en zien er tussen dennengroen verrassend echt uit. Laat verse dennenappels eerst een week binnen drogen.
Met kinderen
Dit is een van de weinige knutsels waarbij het resultaat niet uitmaakt: een scheve muts of een baard die te laag hangt maakt hem alleen maar grappiger. Laat kleine kinderen vooral vullen en plakken, en doe zelf het lijmpistool.
Een leuk detail: geef elke kabouter een naam en schrijf die op een label onderaan. Volgend jaar weet je precies wie welke gemaakt heeft.
Waar zet je ze neer
Een groepje van drie in verschillende hoogtes op de vensterbank of de schouw werkt het best. Verder doen ze het goed op de trap, één per trede, of in de boom als ornament.
Houd het bij één plek, want zelfs kabouters worden op een gegeven moment een leger.
Bewaren
Berg ze los op in een doos, niet geperst, anders vervormt de muts. Van de baard gaan de haartjes na een jaar wat platliggen: even losborstelen met een oude tandenborstel en hij staat er weer.
