Handgemaakte kerstkrans van eierkarton met dennentakjes dennenappels en een rode strik
Vijf eierdozen, een stuk karton en een lint, meer zit er niet in
Creatieve decoraties

Kerstkrans maken van eierdozen, gratis en verrassend mooi

Er hangt een krans aan de deur die eruitziet alsof hij van de bloemist komt, en hij is gemaakt van eierdozen. Van dat grijze karton dat je normaal in de papierbak gooit.

Het werkt omdat eierkarton precies de goede structuur heeft: mat, licht ruw, en die bekervorm vangt schaduw op een manier die verrassend veel op hout of gedroogde bloemen lijkt. Zet er dennengroen en een paar dennenappels tussen en niemand die eraan denkt dat het ooit een eierdoos was.

En het kost je niets, op wat lijm en een lint na.

Wat je nodig hebt

  • Vijf tot zes lege eierdozen van karton, niet van plastic of piepschuim
  • Een stuk stevig karton voor de basis, bijvoorbeeld van een verhuisdoos
  • Een lijmpistool, of anders sterke knutsellijm met wat geduld
  • Een schaar en een stanleymes
  • Dennentakjes, echt of kunst
  • Vijf tot acht kleine dennenappels
  • Kunstbesjes in rood, van die takjes met trosjes
  • Een breed rood lint, ongeveer een meter
  • Twee borden of een passer om je ring af te tekenen

Kies eierdozen van dat lichtgrijze, ongebleekte karton. Bruine dozen kunnen ook, maar die hebben een donkerder toon en dan verlies je het contrast met de dennenappels.

De basisring maken

Teken op je stuk karton twee cirkels om elkaar: de buitenste ongeveer 32 centimeter, de binnenste ongeveer 18. Twee borden van verschillend formaat werken hiervoor prima als sjabloon.

Snijd de ring uit met een stanleymes op een snijmat of een oude plank. Snijd in meerdere lichte halen in plaats van in één keer door te duwen, dan blijft je rand netjes.

Wil je de krans buiten hangen, plak dan aan de achterkant een tweede ring van karton en zet er brede tape overheen. Karton en vocht gaan slecht samen, en een krans die na twee regenbuien doorzakt is zonde van je middag.

De bekertjes knippen

Knip de eierdozen open en snijd de losse bekertjes eruit. Knip ze niet vlak af maar laat de golvende rand zitten, want dat is precies wat er straks op een bloemblad lijkt.

Je hebt er ongeveer veertig tot vijftig nodig voor een ring van deze maat, dus reken op vijf tot zes dozen. Vergeet de pieken tussen de bekertjes niet, die kegeltjes in het midden van elke doos. Die zien er los geknipt uit als kleine knoppen en die stop je straks in de gaatjes tussen de bekers.

Wil je een fijner resultaat, knip dan in de rand van elk bekertje vier of vijf inkepingen tot halverwege. Dan gaan de randen iets uit elkaar staan en krijg je bloemvormen in plaats van cupjes. Kost je een halfuur extra maar het scheelt echt.

Plakken

Begin aan de buitenrand. Plak de bekertjes met de opening naar boven, dicht tegen elkaar, en werk de hele buitencirkel rond. Dan de binnencirkel. Wat er tussenin overblijft vul je met de rest, en daar mag je overlappen.

Een paar dingen die het verschil maken:

  • Zet de bekertjes niet allemaal even recht. Kantel er af en toe eentje naar buiten of naar binnen, dan krijgt de krans diepte.
  • Zorg dat je nergens karton van de basisring meer ziet. Overal waar een gaatje valt duw je een kegeltje of een klein stukje bekerrand.
  • Werk met kleine beetjes lijm. Lijmpistoolslierten drogen glimmend op en die zie je op mat karton meteen.

Laat het geheel een uur staan voor je verder gaat. Warme lijm voelt hard aan maar houdt pas echt na afkoelen.

Groen, appels en besjes

Nu wordt het een krans in plaats van een kartonnen ring.

Knip je dennentakjes in stukjes van vijf tot acht centimeter. Duw ze tussen de bekertjes door, tot op de basisring, en zet ze vast met een druppel lijm. Werk niet gelijkmatig rond maar in groepjes: twee of drie plukken bij elkaar, dan een stuk waar alleen karton te zien is, dan weer een groepje.

Dat asymmetrische is de hele truc. Een krans waarop alles netjes verdeeld is oogt als fabriekswerk. Een krans met dichte en open stukken oogt gemaakt.

De dennenappels plak je in diezelfde groepjes, liefst in verschillende maten door elkaar. Zet ze op hun kant in plaats van rechtop, dan liggen ze natuurlijker.

De rode besjes gaan er als laatste in. Knip de takjes klein, drie of vier besjes per stukje, en verdeel ze door de groene plukken. Rood is een sterke kleur, dus minder is hier echt meer.

De strik

Neem een breed lint, minstens vier centimeter, en maak er een ruime strik van met twee lange staarten die naar beneden hangen. Knip de uiteinden schuin af of in een v-vorm, dat voorkomt rafelen en oogt afgewerkt.

Plak de strik bovenaan, iets uit het midden. Het lint dat erboven doorloopt gebruik je meteen om de krans op te hangen. Maak aan de achterkant een lus vast met een nietje en een stuk tape eroverheen.

Gebruik geen glad satijnlint. Een grofgeweven lint of katoenen band past veel beter bij de matte structuur van het karton.

Doe je dit met kinderen?

Het knippen van de bekertjes is perfect kinderwerk en er gaan er honderd doorheen, dus er is genoeg te doen. Ook het inknippen van de randen tot bloemvormen kunnen ze prima.

Het lijmpistool houd jij, die wordt heet genoeg om lelijke blaren te geven. Wat wel werkt: zij leggen de bekertjes op hun plek, jij lijmt. Zo bepalen ze alsnog hoe de krans eruit komt te zien.

Varianten

Dezelfde krans in wit gespoten geeft een compleet ander resultaat, koeler en strakker. Even met witte sprayverf overheen, dan zilverkleurige of glazen ballen ertussen in plaats van dennenappels.

Goud werkt ook, maar spuit dan alleen de randen van de bekertjes in plaats van alles. Het grijze karton dat er doorheen schemert houdt het geheel warm.

En bewaar wat je overhoudt. Van losse bekertjes maak je met een houten spies en een beetje lijm ook nog kleine kerstboompjes voor op tafel.

auteur avatar
Redactie
De redactie van Kerstavontuur schrijft over kerstshows, kerstmarkten, decoratie en winteruitjes in Nederland en België. Openingsdata vragen we zelf op bij de winkels.