Een kerstboom versieren is eigenlijk een klein ritueel. Je zet de muziek op, schenkt iets warms in, en haalt de dozen van zolder. En dan staat hij daar, kaal en vol mogelijkheden. Waar begin je? Met de lichtjes, of toch eerst de slingers? En in welke volgorde komen de ballen er eigenlijk in?
Er is niet één juiste manier, maar er is wel een volgorde die het je een stuk makkelijker maakt. Eentje die zorgt dat je achteraf niet meer hoeft te schuiven of te zuchten omdat een tak scheef hangt. Hieronder loop ik je er rustig doorheen, stap voor stap.
Stap 1: zet je boom op de juiste plek
Voor je ook maar één lichtje pakt, is het slim om eerst goed na te denken over waar de boom komt te staan. Een kerstboom hoort op een plek waar hij gezien wordt, maar niet in de weg staat. Ergens uit de looproute, het liefst bij een stopcontact, en niet pal naast de verwarming want dan droogt een echte boom veel sneller uit.
Een hoek werkt vaak fijner dan je denkt. Dan zie je de boom vanuit meerdere kanten in de kamer, en je hebt geen achterkant die er minder uitziet. Heb je een raam dat uitkijkt op straat, dan is dat ook een mooie plek. Dan geniet je er zelf van én voorbijgangers ook.
Stap 2: laat de takken eerst even zakken
Of je nu een echte boom of een kunstboom hebt, geef hem even tijd. Een echte boom moet zijn takken laten zakken na het transport, en bij een kunstboom moet je de takken juist uit elkaar buigen zodat hij voller oogt. Dit is niet de leukste stap, maar wel de belangrijkste. Een boom waarvan de takken nog plat tegen de stam liggen, krijgt nooit dat volle gevoel, hoeveel ballen je er ook in hangt.
Trek bij een kunstboom elke tak afzonderlijk uit en buig de zijtakjes naar verschillende kanten. Even saai werk, maar het verschil zie je meteen.

Stap 3: de lichtjes eerst, altijd
Dit is misschien wel de belangrijkste tip. Hang de lichtjes als eerste in de boom, voor je iets anders doet. Zo kun je rustig diep in de takken werken zonder dat je tussen ballen en slingers door moet bewegen.
Begin onderaan en werk in een spiraal naar boven, of werk per laag rond de boom. Hang het snoer niet alleen aan de buitenkant, maar duw het ook regelmatig dichter bij de stam. Dat geeft diepte. Een boom waarvan de lichtjes alleen aan de buitenkant hangen, ziet er plat uit. Een boom met lichtjes die ook van binnenuit gloeien, krijgt iets warms en levends.
Reken op ongeveer honderd lampjes per meter boom als richtlijn. Voor een boom van twee meter zijn dat dus ongeveer tweehonderd lampjes. Liever iets te veel dan te weinig.
Stap 4: slingers en linten als basis
Heb je slingers, kralenkettingen of brede linten? Die komen na de lichtjes maar voor de ballen. Ze vormen de structuur van je boom, dus je wilt ze gelijkmatig verdelen voor je de details aanbrengt.
Voor slingers en kralen werkt het mooi om ze in zachte bogen door de boom te laten lopen, niet strak rondom maar losjes en speels. Begin bovenaan en werk naar beneden. Brede linten geven een wat luxere uitstraling, en die hang je het mooist verticaal van boven naar beneden, alsof ze uit de top naar buiten vallen.
Geen slingers of linten? Sla deze stap gewoon over, dat mag ook.

Stap 5: de grote ballen verdelen
Nu komen de ballen. Begin met de grootste, en verdeel ze als eerste over de boom. Niet allemaal op dezelfde hoogte en niet allemaal aan de buitenkant. Hang er ook een paar dieper in de takken, vlak bij de stam, want dat geeft die volle, gelaagde look die je in interieurmagazines ziet.
Loop een paar stappen achteruit en kijk of het in evenwicht is. Zit er ergens een gat? Hangt er aan één kant te veel? Verschuif gerust. Een goede boom bouw je niet in één keer, je schuift en past aan tot het klopt.
Stap 6: de middelgrote en kleine ballen
Nu vul je de boom op met middelgrote ballen tussen de grote in, en daarna met de kleinste. De kleinste ballen komen vooral aan de uiteinden van de takken te hangen, want daar zijn de takken te dun voor zwaarder werk.
Probeer wat variatie aan te brengen. Matte ballen naast glanzende, glad naast gestructureerd. Het zijn die kleine verschillen die je oog blijven boeien als je naar de boom kijkt. Een boom waarin alles hetzelfde is, wordt al snel saai om naar te kijken, ook al is hij technisch perfect versierd.
Stap 7: persoonlijke ornamenten en details
Dit is voor mij het mooiste moment. De gekke ornamenten, de zelfgemaakte engeltjes van de kinderen, het houten rendier dat je ergens op een markt hebt gekocht. Hang ze op ooghoogte, dat is waar ze het meest opvallen en waar je ze elke keer ziet als je voorbij loopt.
Dit zijn de stukken die je boom van jou maken. Niet de ballen die overal te koop zijn, maar dat ene scheve sterretje dat je dochter in de kleuterklas heeft gemaakt. Geef ze de mooiste plek.

Stap 8: de piek of ster
De top als laatste. Een ster, een engel, een eenvoudige strik, het maakt niet zoveel uit wat je kiest, als hij maar past bij de rest van je boom. Een grote uitbundige piek vraagt om een uitbundige boom, een eenvoudige strik past bij een rustigere stijl.
Heb je een hoge boom en een wankele piek? Een paar onzichtbare draadjes of bindstrips helpen om hem stevig op zijn plek te houden. Niets vervelender dan een piek die de hele decembermaand scheef hangt.
Stap 9: de onderkant afwerken
De boomvoet wordt vaak vergeten, en dat is jammer. Een mooie rok, een lap stof, een mand of zelfs een paar dekens kunnen het verschil maken. Het zorgt voor een afgewerkte basis en het verbergt de standaard, die zelden mooi is.
En als de cadeaus eronder verschijnen, wordt die hele basis vanzelf weer zichtbaar. Dus kies iets wat past bij je decoratie en waar de pakjes mooi op uitkomen.
Stap 10: een stap naar achter en kijken
Doe alle gewone lampen in de kamer uit, steek alleen de boom aan, en ga even rustig op de bank zitten. Kijk. Niet om te oordelen, maar gewoon om te kijken. Klopt hij? Ademt hij?
Misschien zie je nog een gaatje, een plek waar je een ornament wil verplaatsen, een bal die net iets te dicht bij een andere hangt. Sta op, schuif, ga weer zitten. Dit is het deel waar de boom echt van jou wordt.
Een paar dingen om te onthouden
Een kerstboom hoeft niet perfect te zijn. Hij hoeft niet uit een magazine te komen. De mooiste bomen zijn die waarin je iets terugziet van de mensen die ze versierd hebben. Een vingerafdruk hier, een herinnering daar, een ornament dat al bijna kapot is maar dat toch elk jaar opnieuw mee mag.
Versier hem met de tijd die je hebt, met de muziek die je leuk vindt, en met iemand naast je als dat kan. Of helemaal alleen, in stilte, met een mok in de hand. Beide manieren zijn goed. De boom voelt het verschil niet, maar jij wel.
